Je hoeft in Italië niet per se een auto te huren om overal te komen. Het openbaar vervoer Italië is over het algemeen goed geregeld, zeker tussen de grotere steden. Treinstations liggen bovendien vaak middenin het centrum, dus je bespaart jezelf ook nog eens dure parkeerplekken en verkeersdrukte. In dit artikel leggen we uit hoe de treinen werken, wat het verschil is tussen de verschillende treintypes, en hoe je je verplaatst in de steden.
Trenitalia en Italo: de twee treinmaatschappijen
In Italië heb je twee grote spelers op het spoor. Trenitalia is de nationale spoorwegmaatschappij, vergelijkbaar met de NS, en rijdt door heel het land. Italo is de private concurrent en richt zich vooral op de hogesnelheidslijnen tussen de grote steden. Beide maatschappijen bieden vergelijkbare kwaliteit, en Italo is soms zelfs iets voordeliger. Let wel op: ze verkopen niet elkaars tickets, dus je boekt via de eigen website of app van de maatschappij waarmee je reist.
- Trenitalia: rijdt door heel Italië, van hogesnelheidstrein tot lokale regionale trein
- Italo: vooral hogesnelheidstreinen tussen de grote steden, zoals Milaan en Rome
- Boeken: via trenitalia.it of italotreno.it, of de bijbehorende apps
Welke trein pak je?
Reis je van stad naar stad, dan neem je meestal een Freccia (Frecciarossa, Frecciargento of Frecciabianca) bij Trenitalia, of gewoon de Italo. Deze hogesnelheidstreinen halen tot 300 kilometer per uur en brengen je bijvoorbeeld in iets meer dan drie uur van Milaan naar Rome. Voor iets kortere afstanden tussen middelgrote steden zijn er de Intercity’s. Wil je een klein dorpje bezoeken, dan pak je een regionale trein, de Regionale. Die stopt vaker, is een stuk trager, maar ook flink goedkoper.
- Freccia’s en Italo: snel en comfortabel, ideaal tussen de grote steden
- Intercity: iets langzamer, verbindt de middelgrote steden
- Regionale: traag maar goedkoop, brengt je ook naar kleinere plaatsen
Kaartje kopen: wel of niet reserveren
Voor de Freccia’s en Italo boek je het beste van tevoren een kaartje met vaste zitplaats, via de website of app. De prijs stijgt vaak naarmate je dichter bij de reisdatum komt, dus vroeg boeken loont. Voor Intercity’s en regionale treinen hoef je geen zitplaats te reserveren, die kaartjes koop je gewoon aan het loket of bij de automaat op het station, met pin of contant.
- Vroeg boeken bij de hogesnelheidstreinen scheelt vaak flink in prijs
- Belangrijk: een regionaal kaartje zonder gereserveerde zitplaats moet je vóór instappen afstempelen bij de gele of groene automaatjes op het perron, anders riskeer je een boete
- Bagage: bij de hogesnelheidstreinen betaal je soms een paar euro extra voor grote koffers
In de stad: metro, bus en tram
Niet elke Italiaanse stad heeft een metro, maar in Rome, Milaan, Turijn, Genua en Napels kun je er prima gebruik van maken. Het is meestal de snelste en goedkoopste manier om je binnen de stad te verplaatsen. In steden zonder metro, zoals Florence of Verona, kom je met de bus overal. Kaartjes voor bus, tram en metro koop je vaak bij kiosken, tabakszaken of via een app van het lokale vervoersbedrijf.
- Metro: beschikbaar in Rome, Milaan, Turijn, Genua en Napels
- Bus: in steden zonder metro je belangrijkste vervoermiddel
- Kaartjes: koop je vooraf bij een kiosk of tabakszaak, niet altijd bij de chauffeur
Handige passen voor wie veel reist
Ga je meerdere plekken in Italië bezoeken, dan kan een pas voordelig uitpakken. De Italia in Tour-pas geeft je bijvoorbeeld drie of vijf opeenvolgende dagen onbeperkt toegang tot regionale treinen. Reis je door meerdere Europese landen, dan is een Interrail-pas met Italië als optie ook het overwegen waard.
- Italia in Tour-pas: onbeperkt reizen met regionale treinen, handig voor dagtrips
- Interrail: geschikt als je Italië combineert met andere Europese landen
Op zoek naar een leuke deal voor jouw volgende reis door Italië? Bekijk onze bestemmingspagina’s of stel een dealalert in en mis geen enkele deal.
